Koud glas

    De deur gaat open. Voetstappen klinken door de stille ruimte. Daar staat ze dan.
Mijn hart, als het nog klopte, zou zich verstrakken. Onze relatie. Ik weet niet wanneer het verkeerd ging. Misschien was het altijd al moeizaam.
    Van een afstand kijkt ze door het glas, mijn gezicht ontwijkend. Het diffuse licht van de ruimte vervaagt haar uiterlijk, maar ze heeft een mooi sjaaltje om. Hermès. Ze heeft een bruinleren aktetas onder haar arm gekneld. Zou ze haar studie hebben afgemaakt? 
Dát advies heeft ze dan toch gevolgd, maar mijn advies over haar ex heeft ze me nooit in dank afgenomen. Ik mocht daarna de kleinkinderen nooit meer zien. Dat is nu al acht jaar geleden.
    Hoe hard heb ik niet geprobeerd het goed te maken, hoe vaak ik mijn hand niet uitstak; ze bleef op een afstand. Haar ogen werden steeds harder, haar woorden korter. 
Pijn, teleurstelling: aan beide kanten. Ik had liever ruzie gehad, dan was het misschien uitgesproken, maar de stilte was snijdend.
   Nu staat ze daar, stil, met haar handen naast haar lichaam. Haar gezicht is onbewogen, maar haar ogen verraden haar. Ze zijn wijd, zoekend, alsof ze iets verwacht. Tranen? Woede? Het is moeilijk te zeggen. Dan komt ze dichterbij. Elke stap lijkt zwaarder, alsof de grond haar naar beneden trekt.
  Ze staat nu dichtbij en buigt over de kist heen. Het glas tussen ons in is koud. Ik wil haar gezicht zien, maar de contouren blijven vaag. Ik wil mijn hand naar haar uitsteken. Ik heb nog zoveel te vertellen, over vroeger. Ze zegt niets, geen afscheid, geen laatste woorden.
   Dan haalt ze diep adem en legt bevend haar hand op het glas.  
‘Mam,’ fluistert ze. Haar stem trilt. ‘Ik begrijp je nu. Ik begrijp nu ook waarom het tussen ons zo moeilijk was.’
Ze zucht diep, veegt een traan weg met de rug van haar hand en laat haar blik weer op de kist rusten.
‘Ik heb je dagboek gevonden.’
Ik verstijf. 
    ‘Mam, ik hou van je. Ook al ben je er niet meer, ik zal je nooit vergeten.’
Er komt geen antwoord, er komt nooit meer een antwoord, dat weet ze. Maar de woorden zijn uitgesproken. Ze veegt nog een losse traan weg en haar gezicht krijgt een serene uitdrukking. Ze draait zich langzaam om en loopt weg.
    Ik laat haar nu met een gerust hart los.

Plazina Timmers

papPapiamentu