De Ratten Van De Seru

Kort Verhaal #5
Op 27 augustus 2025 vond aan de kop van het Rifwater de onthulling van de muurschildering Tula Riba Kabai plaats. Apollonia had helaas geen zitplaats weten te bemachtigen bij deze druk bezochte ceremonie. Ze volgde op de voet wat er in Otrobanda aan nieuwe ontwikkelingen plaatsvond. Ook had een aantal buitenlandse genodigden de volgende ochtend een stadswandeling bij haar geboekt. Onze in oktober 2023 gerehabiliteerde volksheld te paard zoals hij in werkelijkheid leiding had weten te geven aan de grote slavenopstand van 1795. ‘Hoezo te paard ?, slaven hadden helemaal geen paarden,’ vroegen haar wandelaars zich vaak af. Ja, maar de opstandelingen hadden paarden buit weten te maken. Pedro Wacao had zelfs een schoolmeester zwaar mishandeld door hem vastgebonden te paard over de grond mee te sleuren over 3 plantages. Uiteindelijk gaf Luis Mercier de zwaargewonde koloniale docent het genadeschot. Tula zelf keurde dit type geweld af. Zijn afbeelding te Rifwater laat een spiritueel geïnspireerde leider zien in contact staand met de Almachtige. Het debuut van Tula in Otrobanda vond echter drie jaar eerder geruisloos plaats in de Ser’i Otrobanda. Eveneens met een symbolische muurschildering in opdracht van het team van het Kaya Kaya Festival voor hun post-pandemic Kurá edition van 2022. En Tula mocht kijken naar hun bereikte prestaties: Tula Wak. Tevreden kijkt Tula On A Bed Of Red Roses naar de kurá vernoemd naar de eerste eigenaar. Een nakomeling van de wrede plantage eigenaar en latere eerste koloniale gouverneur Albert Kikkert.

Bij Rifwater zat Tula hoog te paard en kon over de daken heenkijken naar Fort Amsterdam, waar hij zo gruwelijk aan zijn einde was gekomen. Dit nadat alle leiders waren ingerekend dankzij verraad onder listige beloftes van geld en manumissie. Op 3 oktober 1795 werden hun vonnissen voltrokken: hun lichamen geradbraakt, met breken van al hun botten. Bij Pedro Wacao zelfs ook die van zijn schedel. Voor Tula en Karpata volgde decapitatie. Ter afschrikking werden hun hoofden wekenlang gespiesd tentoongesteld bij het Rif.
Apollonia was zuinig met deze details tijdens haar stadswandelingen, de meeste mensen konden niet tegen inhumane wreedheid. Radbraken ging nog net, bij gespiesde hoofden werd men onwel. Albert Kikkert, aanvoerder van de zegevierende koloniale troepen, had erop toegezien dat dit alzo geschiedde. Twee van de opstandige slaafgemaakte leiders kwamen van Kikkerts plantage en één nam hij persoonlijk hoogst kwalijk. Hoe had zijn trouwe huisslaaf Bastiaan hem zo kunnen verraden ? … de rat. Met meenemen van zijn maat Pedro. Kikkerts rechterhand, nadat deze Bastiaan van veld- tot huisslaaf had gepromoveerd. Een handige, fijnbesnaarde slaaf met ook nog een buitengewoon talent voor muziek.

Apollonia vond juist de eerste Tula, en hetgeen hij symboliseerde, de moeite waard om bij stil te staan tijdens haar stadstochten. Kunst, slavernijgeschiedenis en cultural empowerment van de buurt in één. Maar bovenal met inclusie van alle bewoners, ook iemand als de drugsverslaafde Espero. Apollonia had hem tijdens de voorbereiding op haar Otrobanda Artdistrict Tour ontmoet. Doezelend als nieuwbakken ‘shon’ op het balkon van zijn gekraakte monument was hij met Apollonia aan de praat geraakt. Espero’s daily struggles onder werkloos- en semi dakloosheid na het recent succesvol hebben doorlopen van een afkicktraject, ontlokte bij haar empathie. Apollonia bood hem aan zijn verhaal te doen tijdens haar stadswandelingen bij de muurschildering van Tula On A Bed Of Red Roses. Hij kon vertellen over het spookhuis, dat hij bewoonde. Espero had vrijwel meteen ingestemd: ‘Ai si, e kuenta di djaka ku tur hende ta kere’. Daarnaast kon hij vlot keuvelen over het stadsleven van Otrobanda. Het zou hem per keer zo’n 15 tot 25 dollar aan tipgeld opleveren. Dat zou hij goed kunnen gebruiken, hopelijk niet voor drugs.

Espero’s tragiek luidde dat zijn verblijf binnen het justitiële, gouvernementele, afkickcentrum daar vlakbij, gunstig was verlopen en afgesloten. Maar daaropvolgend? Geen nazorg, geen uitzicht op werk, geen reïntegratie in de maatschappij onder de nodige begeleiding … nada! Voor hem een logische stap om zijn intrek te nemen in de gemeubileerde, doch bespookte monumentale bouwval in de kurá di Seru. Spoken lieten hem toch met rust en vice versa. Bij de parochie van de katholieke kerk werden regelmatig warme maaltijden en schone kleren uitgedeeld. Er zat niets anders op dan zijn straatleven te hervatten na een verplichte soberheid van anderhalf jaar. Compleet zinloos als de ex-verslaafde daarna weer op straat belandde. Apollonia had medelijden met deze doorzetter, hij was bereid geweest tot een normaal leven.

Op de ochtend van zijn ontslag stak Espero de straat over met twee plastic zakken volgepropt met kleren, schoenen en wat persoonlijke spullen. Hij betrad de grootste kurá van de Ser’í Otrobanda en opende de voordeur van de bovennatuurlijk gecompromitteerde ruïne. Binnen rook het muffig bedompt. Maar tot zijn verbazing maakte het interieur een propere indruk, zo ook de bij uitstek antieke meubels, waaronder een grote, zwarte piano. In de slaapkamer was het matras op het hemelbed wel aangevreten. Espero sloeg er een paar keer met de vlakke hand op, er stoven piepend muizen uit. Hij borg zijn kleren en spullen op in de intacte kasten, waarin zelfs nog wat oude spullen huisden. Daarna ging hij de straat op. Die avond kwam hij thuis met een nieuw pijpje, een aansteker en een zakje base kristallen. Welkomstgeschenkjes van de grootste drugsdealer van de buurt, uiteraard om hem opnieuw als vaste klant te werven. Zittend op het hemelbed maakte hij zijn pijpje rookklaar. Plotseling galmde er luide pianomuziek in de woonkamer. Klassiek … Chopin’s heroïsche polonaise! Van schrik liet Espero alles uit handen vallen, drugs en attributen kletterden op de vloer. Hoorde hij nou ook mannenstemmen ? Hij had nog niet eens aan zijn nieuwe basepijpje gelurkt. ‘Nos no a lucha por nada, abo tampoko. Nos ta ser rehabilitá, abo tambe. Sigui biba rehabilitá. Sigui biba rehabilitá’

Op het afgesproken tijdstip trof ze Espero niet aan bij de muurschildering van Tula On A Bed Of Red Roses. Met hem wist Apollonia het nooit. Ze moest nu zelf het spookverhaal oplepelen voor de deelnemers aan haar stadswandeling. Uit de grote ruïne in die kurá werd nooit wat ontvreemd. Alle antieke meubels stonden er nog, zelfs de kostbare, majestueuze Steinway vleugel. Niemand durfde dit huis te betreden. Elke nacht hoorde men pianoklanken en zelfs pianospel? En tegen middernacht zou dat zelfs Chopins Marche Funèbre zijn! Uiteindelijk had een groepje buurtgenoten lef getoond, gewapend gingen ze op het pianorumoer af. Maar ze hadden niets bijzonders gehoord noch gezien. Wel schoten een paar grote ratten heen en weer. De buurt zat vol met dat ongedierte, ze hadden waarschijnlijk een nest in die vleugel. Men verwees het sp(r)ookje naar het rijk der rattenfabelen. ‘Dus al met al zijn het de stadsratten’, rondde Apollonia het piano spookverhaal af. Haar toehoorders knikten, het klonk aannemelijker dan wanneer er sprake was geweest van een echt spook.
Plotseling kwam Espero alsnog aanrennen. Zijn ogen stonden wijd. Had hij vandaag al zo vroeg gebruikt? Hij zag haar bezorgde blik.‘No Mama, mi no ta usa mas. Trein mi ta trein pa un kompetensha di kore den Otrobanda’. Dat was pas goed nieuws! ‘Wow, masha bon Espero, mi ta kontentu. En goed dat je toch nog even langs kon komen. Het verhaal heb ik al wel voor je gedaan.’ Espero keek de wandelaars onderzoekend aan. Een jasje dasje gezelschap was zeldzaam. Aan hen zou hij vandaag de waarheid vertellen met of zonder verdienen van tipgeld. ‘Meneer, mevrouw, geloof me wat ik u ga zeggen. Het huis is limpi limpi. Er is geen enkele rat met al die wilde straatkatten die we hebben.’ Hij keerde zich naar Apollonia en vervolgde: ‘Skucha Mama, anochi dos hende homber ta bin limpia kas i toka piano. Nan no ta molestiami. Un di nan semper tin su kabes tapá, pero e ta toka piano masha bunita mes.’

De laatste zondagmiddag die maand stond Apollonia op het Brionplein voor de open hardloopwedstrijden van de Curaçaose Atletiekbond. In een boodschappentas had ze flesjes water, mandarijnen, een handdoek en slippers. De categorie volwassenen was intussen vertrokken. Ze stond klaar om Espero op te vangen, gemotiveerd als hij was in zijn atletiekdroom. Naar eigen zeggen was hij al enige tijd clean. Hardlopen was nu zijn verslaving en ook was hij regelmatig ‘s morgens vroeg te vinden bij de openlucht gym van Koredor. Daarna sprong hij in de ruwe zee om volgens eigen woorden een gevecht te leveren met de golven.
Was het Espero die ze daar als eerste de Breedestraat zag uitrennen ? Hij moest nog alleen even de hoek om voor de finish bij de pia di brùg. Hoe was dat mogelijk ? Apollonia kon het bijna niet geloven, ze gilde het uit van blijdschap: ‘Epero wat een prestatie. Je bent een held!’
Uitgeput hield Espero halt. Hijgend bukte hij voorover met zijn handen steunend op zijn knieën. Apollonia drapeerde de grote handdoek als een koningsmantel over zijn schouders: ‘Espero pabien, b’a sali ganadó den bo kategoría!’ Nog steeds buiten adem verklaarde hij plechtig: ‘No entregá, nan a bisami pa no entregá nunka mas.’

© Natasha Cabenda 2026

papPapiamentu