De Oplossing (E Solushon)

Hier zat ze nu in zijn armen bij haar favoriete boka van Koraal Tabak. Haar huilen was in snikken overgegaan. Hij had haar tot rust weten te sussen. Laura, een aantrekkelijke blanke vrouw, moeder van een overleden tienerzoon. Julian was een paar jaar geleden op zijn 17e jaar verongelukt met zijn brommer op de Julianabrug. De gespierde armen van de donkere jongen, die ze niet kende, hielden haar teder vast. Een paar van zijn lange dreadlocks vielen over haar schouders. Jong, knap en sterk. Hij had Julian gekend, of beter gezegd weleens gezien bij ‘ponementu di fever riba kaya’.
De studio in Amsterdam had Laura opgezegd om voorgoed terug te keren naar Curaçao. Reden was de schokkende ontdekking van een pistool tussen de spullen van haar zoon. Ze was gaan twijfelen of Julian inderdaad zo depressief was geweest dat hij de hand aan zichzelf had kunnen slaan. Aan Howard had ze niets gehad, haar toenadering beantwoordde hij met distantiëring. Na Suriname had hij nog een tijdje in de regio rondgereisd en was teruggekeerd met een Spaanssprekende vrouw. Een Cubaanse ? Wat maakte het uit. Zijn gedrag werd steeds merkwaardiger. Aan haar lag het niet, sommige mannen ontkwamen nou eenmaal niet aan een midlife crisis. Had Howard al eerder een minnares gehad ? Was Julian daar misschien achter gekomen? In Laura’s hoofd tekende zich een beeld af. Ze zag haar man met een vrouw in een cabrio, achterna gezeten door een bromfietser met blauwe helm. Had dát het niet kunnen zijn? Een zoon die zijn vader chanteerde, of een vader die daar bang voor was ? Howard leek op een zeker moment behekst door die nep blondine met prominente voorgevel. Zijn haar had hij laten groeien en droeg dat in een staartje. Ook was hij ineens aficionado van Cohiba sigaren? Ze waren in gemeenschap van goederen getrouwd, dus een scheiding hield hij af. Zij zat in het huis, van haar mocht Howard doen wat hij wilde. 
Laura was zelf op onderzoek uitgegaan door voorzichtig contact te leggen met Julians vrienden en oud-klasgenoten. Geen van ze had enig vermoeden dat er meer zat achter zijn fatale brommerongeval. Niemand kende hem met een depressie noch een obsessie met de dood. Ja, aan vapen had hij wel vast gezeten, maar dat verklaarde niet alles. Het speet haar van dat pistool, ze had ermee naar de politie moeten gaan voor een herkomst onderzoek. Maar daarmee had Howard in de problemen kunnen komen. Hij beweerde het pistool niet zelf tussen Julians spullen te hebben gelegd. De kans dat het wapen alsnog zou kunnen aanspoelen bij die boka van Koraal Tabak was minimaal. Een pistool was daar te zwaar voor. Maar ze zou de hoop niet opgeven.
Een van de aardige, oud-klasgenoten van Julian met wie ze had gesproken was Britney. Bij haar kocht Laura een kaartje voor een toneelvoorstelling. Een fundraising voor een schoolproject van Britney’s broertje op het vsbo. Het bekroonde toneelstuk ‘E Benta Di Eliana’ van Apollonia C. maakte een zegetocht over het eiland. Daarbij ondersteund door een in Nederland opgerichte herdenkingscommissie in het kader van de doorwerking van het slavernijverleden. Het ging over Eliana, een dapper, mondig slavinnetje dat in 1852 verkocht werd in Punda bij publiekelijke verkoop van een dertigtal slaven voor het weeskamergebouw in de Breedestraat. Op diverse vsbo-scholen vonden voorstellingen plaats met eigen invulling door de leerlingen. Vooral de tweede akte ‘E Solushon’, bestaande uit muziek en dans bood ruimte voor creativiteit. Met participatie van dj’s, professioneel of amateur van buiten of binnen de school. Of zelfs livemuziek door bands van eigen leerlingen. Overal ontpopte zich lokaal jeugdtalent van zang en dans. Tambú-songs van Aldair en Izaline werden feilloos nagespeeld. Maar ook met twee iconische Franse popnummers uit de jaren 1970 hadden de Curaçaose leerlingen geen enkele moeite. De herdenkingscommissie zag een onderdeel van hun missie vervuld en hielp flink mee met ondersteuning van de uitvoeringen op scholen. 
Het toneelstuk was een welkome afleiding geweest. Laura had genoten, vooral van de fameuze tweede akte. Die werd spectaculair ingezet met het nummer ‘Tak Tak Tak’ van de populaire zanger Aldair. Percussie van tambú, chapi, klave en shékere zinderde door de zaal. De slavinnen Eliana en haar moeder Leticia zaten huilend bij het binnenwater van Rif. Als verlamd niet in staat aan de grote stapel vuile was van doña Blanca te beginnen. Eliana zou de volgende ochtend publiekelijk worden verkocht, ze zagen geen uitweg. Totdat een knappe Citoyen, een vrije ex-slaaf uit Guadeloupe, ze zag en bij ze op en neer begon te lopen. Hij sprak Frans en werd op slag verliefd op Eliana. Hier namen muziek en dans over. ‘Wak E Pasa Bai, E Ta Soño Di Tur Muhé’, vertolkte een leerling het tambú nummer overtuigend als Izaline zelf. Ook ‘Je T’Aime Moi Non Plus’ van Jane Birkin (1969) en ‘Je Suis Venu Te Dire Que Je M’En Vais’ van Serge Gainsbourg (1973) deden niet onder voor het origineel. De Citoyen stopte Leticia een flink geldbedrag toe en nam Eliana mee op het Franse schip. In de derde akte zou Leticia betalen voor haar eigen ontsnapping per ponchi naar Venezuela.  
Op weg naar de boka van Koraal Tabak stopte Laura bij een Chinese toko. De jongen die toen daar vlakbij een feverongeluk had gehad stond in de deuropening. Maar hij was forser en gespierd alsof hij aan bodybuilding deed. Zijn dreadlocks zo lang geworden dat hij ze in een knot op het hoofd had gebonden. Hij had de uitstraling van een Afrikaanse prins. ‘Wak E Pasa Bai, E Ta Soño Di Tur Muhé’, hoorde Laura de leerling haarzuiver zingen. De ‘prins’ herkende haar: ‘Kumbai mama. Señora ta mama di e mucha hòmber ku a aksidentá ku bròmer riba brùg un par di aña pasá ? Mi tabata mir’é ratu ratu ora di bin wak nos pone fever riba kaya.’  Zijn glimlach was hagelwit tussen wangen met kuiltjes. Ze stelde zich aan hem voor als Jane. Zijn naam was Uriel en hij kende twee jongens met wie Julian had opgetrokken tijdens fever evenementen. Ja, hij kon Laura met ze in contact brengen. Hij was begonnen met een beroepsopleiding tot kok en ja, ook bodybuilding was zijn hobby. Maar neen, hij deed zelf niet meer aan feveren. En ja, hij vond het leuk om haar te vergezellen naar de boka van Koraal Tabak. Hij ging daar zelf weleens op de rotsen zoeken naar koncha schelpen. Laura verzocht Uriel alvast in de auto plaats te nemen, ze wilde zelf nog het één en ander inslaan bij de toko.
Afval, wederom veel aangespoeld afval in de boka. Met een opgeraapte bamboestok pookte Laura in de rommel. Al Julians vapepennen waren verdwenen. Ook geen enkele geluksboon te bekennen. Maar plotseling zag ze iets waarvan ze zich doodschrok. Ze gilde het uit en rende naar de auto waar ze in huilen uitbarstte. Er stond niet veel wind en ook de zee was redelijk kalm. Dus achter op de rotsen hoorde Uriel haar wanhopig gegil. Binnen de kortste keren was hij bij haar: ‘Jane, kiko a pasa, dushi ?’ Laura wees op een met spelden toegetakelde pop. Uriel maande haar tot kalmte. In één oogopslag nam hij de situatie op: ‘Keda para mi tras, Jane’. Een barbiepop, gekleed als Laura in een jeansbroek en witte blouse. Met ook dezelfde haardracht en haarkleur. De wangen van de pop waren grijs verschroeid. Eén voor één trok Uriel de spelden uit het doorboorde haatobject. Het waren er nogal wat. De rug bleek opengesneden te zijn, Uriel verwijderde een opgevouwen papiertje uit de romp. Hij propte er een grote steen in, nam een aanloop en smeet de pop met een wijde boog ver in zee.
Een ex-daredevil van de straat, die ze niet kende. Opgepikt bij een toko op Bándariba. Hij kon haar verkrachten, wurgen en haar lichaam in zee laten verdwijnen. Daarna rustig vertrekken met haar auto. The perfect crime. Waarom had Laura zichzelf in deze toestand gemanoeuvreerd ?     Na Julian had men het nu op haar gemunt met een voodoopop die op haar leek. Die Cubaanse zeker, want Howard wist dat ze hier nog kwam. De ellende bleef haar achtervolgen. Laura voelde zich waardeloos, ze had alles verloren of het was haar ontnomen. Haar zoon, haar man. Ze was geen moeder meer, noch echtgenote. Zelfs iemand als Eliana, de jonge slavin uit het toneelstuk was meer waard. Die had nog strijdlust getoond om te vechten, keihard te vechten voor haar vrijheid. Wat had Laura gewild met een vreemde jongen, die Julian weleens had gezien, maar die zijzelf niet kende ? En zoveel jonger dat hij haar zoon had kunnen zijn. Laura wilde niet meer nadenken, ze stopte met redeneren en overwegen, haar verstand schakelde ze uit. De armen om haar heen hadden geen kleur noch leeftijd. Ze waren gespierd, sterk en gaven haar bescherming en troost. Haar hoofd lag tegen zijn borst. Zijn hartslag was rustig, de slagen vol en krachtig. Er ging een vanzelfsprekende kracht van hem uit, de kracht van een gezonde man in een uitstekende fysieke conditie. Ze kwam bij hem tot rust. Zijn lange vlechten bedekten deels haar schouders. Ze hoorde de stem van Eliana: ‘Geef je over aan deze Citoyen, je hebt geen keuze. Vertrouw op hem.’ Ze zag het glimlachende gezicht van Leticia, de moeder van Eliana, dat langzaam overging in het gezicht van haar eigen moeder. Er viel niets meer te denken. Ze bestond, ze had recht van bestaan, een bestaan waar ze op dit moment van mocht genieten. Haar weerstand ebde weg, haar lichaam ontspande zich. Ze gaf zich over aan het moment. ‘Tu Vas, Tu Vas Et Tu Viens, Entre Mes Rens’, had de leerling gezongen in dezelfde toonhoogte en zuiverheid van stem als Jane Birkin in 1969. Serge en Jane. Tarzan en Jane. Uriel en Jane. 
Ze was in de auto in slaap gevallen. Bij de toko had Uriel haar wakker gemaakt en hadden ze afscheid genomen. Ze zou eerdaags gaan lunchen bij het restaurant in Pietermaai waar hij stage liep. Ook zou Uriel nog contact regelen met de twee fevermaten van Julian. Laura was meteen naar huis gereden. Bij het opruimen van haar spullen zag Laura twee lege verpakkingen XL van het kwaliteitsmerk liggen. Ze haalde opgelucht adem dat ze de Chinese tokohouder ernaar had durven te vragen. Hij had het niet eens vreemd gevonden en verkocht alleen de maten XL en L. Hij kende zijn cliëntèle. Laura had twee van elk gekocht, het plastic zakje met de overgebleven twee haalde ze uit de dashboard. Binnen bewaarde ze die onder in de deur van de ijskast achter de flessen maisolie en sweet chilisauce.
Thuisgekomen trok Uriel zijn kleren uit. In een broekzak zat nog het opgevouwen papiertje uit de voodoopop. Erop stond in hoofdletters: LAURA. Hij zocht en vond een aansteker, maakte vuur en hield het stukje papier in de vlam.

© Natasha Cabenda 2026

papPapiamentu